Mindmap Melle Gloerich
Hierbij toegevoegd mijn mindmap. Helaas weet Excel nog niet zo goed hoe hij het om moet zetten naar PDF, als je het niet duidelijk vindt moet je het zeggen want dan mail ik het ook nog wel.
Hierbij toegevoegd mijn mindmap. Helaas weet Excel nog niet zo goed hoe hij het om moet zetten naar PDF, als je het niet duidelijk vindt moet je het zeggen want dan mail ik het ook nog wel.
Gijs zei,
oktober 2, 2007 bij 12:37 pm
De vergelijking van Jane Jacobs, met haar ideeen over urbanlife, met de virtuele communities is leuk gevonden. Hierbij moet je wel bewust zijn dat het een visie is uit de jaren 60 en dus niet 1 op 1 over te zetten is op de digitale wereld. Tevens zal dit te koppelen zijn aan Lefebvre. Zijn visie op sociale ruimten zullen de “oude” theoriën beter geschikt maken om toe te passen op de viruele communities. Misschien is het wel verstandig om Castells en/of Rheingold erbij te halen om deze koppeling beter te laten verlopen, gegeven het feit dat Jacobs en Lefebvre het beide over offline-gemeenschappen hebben. (wel oppassen met het combineren van Castells en Lefebvre: deze twee staan een ‘beetje’ tegenover elkaar). Ook een notie van Foucault en de Heterotopia kan een goede brug zijn. Richt je je in de paper ook op de notie dat de ruimte onze sociale aktiviteiten beinvloed? Dus Hybride ruimten als product van sociaalgedrag. Dit sluit ook aan bij Lefebvre die ‘space’ ook toeschrijft aan een sociale constructie.
De overgang naar de mobieletelefonie komt uit de lucht vallen. Wat wil je hiermee bereiken?
Waar is je literatuurlijst?
VOOR BEIDE (Stijn & Melle)
De hybride ruimte komt niet goed naar voren in jullie structuur. Waarom zijn we ons niet meer duidelijk bewust van de ruimte in jullie voorbeelden. En niet onbelangrijk; waar blijft de mobiliteit in julie stukken. De mobiliteit is (bijna) een vereiste voor een hybride ruimte. Dus ongemerkte interactie tussen beide werelden en de wisselwerking daartussen moet duidelijk naar voren komen.
ALLEMAAL
We gebruiken allemaal het artikel van Souza e Silva (voor sommige Souze e Silva), Hiermee slaan we al een bepaalde richting in, en onderkennen dus haar punt met betrekking op hybride ruimten. Laten we dit punt dan ook vast houden. Verder lijkt het mij verstandig om nog een abstracte theorie in alle teksten te betrekken, bijvoorbeeld van Foucault en/of Manovich. Hiermee worden we wel een eenzijdig tijdschrift, maar met vier artikelen is het ook onmogelijk om een divers beeld (/visie) neer te zetten. Daarom kunnen we er beter voor kiezen om een inleidende editie te maken die het onderwerp belicht op verschillende subonderwerpen vanuit een visie.
We moeten er dus goed opletten dat we binnen het hoofdthema en de subthema’s blijven. Hiermee is het dus van belang om je onderwerp goed te verbinden met het begrip hybride ruimte.
jpeut zei,
oktober 2, 2007 bij 1:13 pm
Ik vond de puntenlijst van Gijs wel handig om te gebruiken dus heb ik voor het overzicht deze punten maar aangehouden.
1. Is er gedetailleerd, vertakt en liefst genummerd uiteengezet hoe het uiteindelijke paper eruit kan komen te zien?
De term hybriditeit staat naast de term ‘community’ centraal waarbinnen een duidelijk onderscheid te zien is tussen de offline en online kant. Beide uitersten komen weer samen bij de mobiele telefoon. De term ‘community’ krijgt de belangrijkste rol toegewezen en dit is in combinatie met de hybriditeit het hoofdthema. Alleen vind ik zelf dat de mobiele telefoon er niet echt bij hoort. Over de mobiele telefoon zou in combinatie met hyrbiditeit een compleet ander artikel geschreven kunnen worden.
Facebook wordt duidelijk als een casus aangegeven door een afwijkende kleur. Er is niet genummerd, maar de kleuren geven op zich al de verschillende elementen aan zoals theorieën (groen), het hoofdonderwerp (oranje) en vragen (blauw).
2. Is de argumentatiestructuur duidelijk?
De mindmap geeft qua structuur de grote lijnen aan, maar voor een beter zicht op de structuur moet er naar de uitgeschreven versie gekeken worden. Het is duidelijk dat de theorieën wat betreft ruimte van Levebvre een belangrijk onderdeel vormen van het artikel. Een belangrijk begrip dat Lefebvre uitlegt is ‘social space’ wat goed toepasbaar is op een community als Facebook. Daarbij gaat Lefebvre ook in op verschillende andere niveaus van ruimte zoals de fysieke ruimte dat weer gebruikt kan worden voor het hybride gedeelte.
De argumentatiestructuur is tot ‘Gevolgen voor hybriditeit door Mobiele Telefoon’ duidelijk, want ik snap eigenlijk niet wat dan de aanleiding is voor het onderdeel over mobiele telefonie. Mobiele telefonie is uiteraard aan veel zaken te koppelen, maar ik denk dat je hierover op zich al een apart artikel kan schrijven. Mij lijkt het dan ook verstandig om mobiele telefonie zo veel mogelijk buiten beschouwing te laten.
3. Welke stappen worden er gezet, kun je deze volgen en volgen deze logisch op elkaar?
De stappen/hoofdstukken sluiten logisch op elkaar aan, maar alleen het onderdeel ‘Gevolgen voor hybriditeit door Mobiele Telefoon’ vind ik wat moeilijk te plaatsen.
4. Is het doel van het onderzoek duidelijk?
Het doel van het artikel is in hoeverre social networking sites zoals Facebook of Hyves verstrengeld raken / impact hebben op ons dagelijkse leven. Dus wat is de relatie tussen je online vrienden/kennissen en je offline vrienden/kennissen. Dit lijkt mij een vrij duidelijk doel van het artikel.
5. Vind je het relevant?
Het artikel is relevant en interessant in het licht van dat er een trend gaande is waarbij steeds meer mensen er een online leven op nahouden. Dit kan op Hyves of Facebook zijn, maar ook online games en wiki’s kunnen een alternatief/aanvulling zijn voor/op het echte leven. Het aantal online mensen zal alleen nog maar groeien waardoor dit online aspect in de toekomst alleen maar belangrijker zal worden en een grotere impact zal kunnen hebben op ons dagelijks leven. Omdat we nu nog in de beginstage zitten van dit proces is het van belang om nu al theorieën te vormen en onderzoek te doen naar dit fenomeen.
6. Passen de genoemde theoretici samen in één analyse?
Ik denk dat Levebvre voor het grootste deel gebruikt kan worden voor het sociale aspect van communities en tevens een overgang naar de fysieke ruimte. Voor zowel ik de literatuur ken van Jane Jacobs, denk ik dat zij na Levebvre dieper in kan gaan op het fysieke aspect van communities. Ze heeft het echter wel alleen over Amerikaanse steden, maar dit kan een goed uitgangspunt zijn denk ik.
7. M.a.w. zijn verschillende perspectieven verenigbaar?
Op het eerste gezicht wel. Levebvre kan meer het sociale aspect op zich nemen en een gedeelte van het fysieke aspect. Jacobs kan als aanvulling komen op het fysieke aspect.
8. Hoe zit het met hun academische achtergrond?
Vanaf 1925 tot en met en met zijn dood in 1991 heeft Levebre een groot aantal filosofische teksten voortgebracht waarbij de productie van sociale ruimte voorop staat. Door even een snelle blik te werpen op http://en.wikipedia.org/wiki/Henri_Lefebvre#The_.28social.29_production_of_space kan ik concluderen dat het met de academische achtergrond van deze persoon wel goed zit. Hetzelfde geldt voor Jane Jacobs (http://en.wikipedia.org/wiki/Jane_Jacobs). Hoewel zij geen universiteitsdiploma heeft, heeft zij wel veel kennis over de fysieke Amerikaanse stedelijke ruimtes en kan een goede aanvulling zijn op het fysieke gebied van social networking en communities.
9. Is het project haalbaar?
Lijkt mij wel.
10. Wordt er teveel theorie bij gehaald?
Het blijft in principe bij twee personen, plus Souza e Silva eventueel. Deze had ik echter niet meegerekend aangezien ik het doel van het stuk over mobiele telefonie niet helemaal snap. Maar ik denk dat het zelfs met Souza e Silva niet te veel is. Het hangt natuurlijk ook af van hoeveel theorie je gebruikt van een bepaald persoon.
11. Te weinig praktijkvoorbeelden?
De casus is Facebook, maar is vergelijkbaar met andere vormen van social netwerks zoals Hyves. Ik denk niet dat dit enkele voorbeeld te weinig is omdat het van toepassing kan zijn op meerdere websites. En in relatie tot de theorie denk ik dat de verhouding wel juist is.