Cursushandleiding

Sybille Lammes, Ann-Sophie Lehmann, Koen Leurs

Introductie
Toen de nieuwe media werkelijk nieuw waren, werd vaak gedacht dat zij een nieuw ruimtelijk denken zouden bewerkstelligen. Traditionele concepten van ruimten waarin lichamelijkheid en materie een belangrijke rol speelden, zouden plaatsmaken voor een ‘ontlichaamde’ ruimte. Deze nieuwe virtuele ruimte zou oude sociaal-politieke, artistieke en fysieke grenzen voorgoed achter zich laten. Recente ontwikkelingen in nieuwe media cultuur laten echter zien dat er sprake is van een heroverweging van deze virtuele verwachting. Dit komt tot uiting in het centraal stellen van nieuwe geremedieerde vormen van materiele en belichaamde ruimte in bijvoorbeeld kunstprojecten of wetenschappelijke teksten.Deze cursus stelt zich tot doel om inzicht te krijgen in het gebruik van ruimte in digitale cultuuruitingen. Er wordt onderzocht hoe in audiovisuele producten (bijv. “pervasive games”, virtuele architectuur, “locative art”) met ruimte en haar materiele en/of virtuele aspecten wordt omgegaan. Door het bestuderen van ruimtelijke concepten als exploratie, kartograferen, urbanisme, mobiliteit, cyberspace, grenzen en netwerken, zal meer kennis verworven worden over ruimtelijke theorieën van de (nieuwe) media. 

Doel

Het doel van de cursus is om de theoretische kennis over digitale cultuur in relatie tot ruimte bij de student te vergroten. Studenten zullen aan het eind van de cursus in staat moeten zijn om theoretische discussies omtrent dit onderwerp te plaatsen en zelf bij te dragen aan deze discussies. Bovendien stelt de cursus zich tot doel de student te leren om in een team een thema binnen deze discussie uit te werken. Deze teams zullen als tijdschriftredactie fungeren. De student zal zo leren om zich in zo een kleiner groepsverband te verdiepen in het toepassen en verder ontwikkelen van ideeën over ruimte en digitale cultuur. De cursus bestaat uit een algemeen gedeelte waarin een eerste theoretisch en historisch kader wordt geschept om nieuwe media en ruimte te kunnen begrijpen Daarnaast zal ook aandacht worden besteed aan specifieke casestudies en kwesties die hiermee samenhangen. De studententeams zullen een thema kiezen dat zowel dit algemene als specifieke aspect belicht.

 Er dient benadrukt te worden dat de thema’s zich nooit op een specifiek object richten (bijv. games, net.art), maar individuele bijdragen van studenten wel objectgericht kunnen zijn. 

Teams

Een team van 5 à 6 studenten houdt zich bezig met één thema. Deze groep treft elkaar ook buiten de les. De teams fungeren als een redactie die een themanummer samenstelt voor het academisch tijdschrift The Spaces of (new) Media: Spatiality in Digital Audiovisual Cultures (dit is natuurlijk geen bestaand tijdschrift). Elk redactielid schrijft een bijdrage in een van de volgende rollen:

-         Hoofredacteur themanummer: o       Introductie op het thema van ongeveer 1500 woorden (ex. noten en bibliografie) waarin dit themanummer in het groter geheel van cursus/tijdschrift geplaatst wordt (schets van het veld o.a. gebruikmakend van cursusliteratuur, plaatsing van het thema hierbinnen, introductie en plaatsing van andere artikelen in het tijdschrift). o       De hoofdredacteur is ook verantwoordelijk voor het coördineren en het functioneren van de groep (deadlines, etc.). Deze extra verantwoordelijkheid zal meewegen in het eindcijfer.

-         Schrijvers (4 tot 5):  Zij schrijven casestudies van ongeveer 2000 woorden (ex. noten en bibliografie). De gekozen case studies worden duidelijk gesitueerd binnen het groepsthema en het thema van de cursus.

Elk redactielid verricht ook de volgende taken:

-         Copy editor:  Formeel redigeren van: layout, spelling, stijl, structuur, annotatie, etc.

-         Peer reviewer: Inhoudelijk commentaar op ‘drafts’ van andere leden.Artikelen worden tweemaal inhoudelijk en formeel door andere redactieleden becommentarieerd, opdat elk redactielid zowel ‘peer reviewer’ als ‘copy editor’ is geweest.  De groep is zelf verantwoordelijk voor de planning van de procedure.

Elke student houdt een dossier bij waarin verslag wordt gedaan van de voortgang. Het dossier bevat o.a. stukken over bovengenoemde taken, opdrachten, e-mail correspondentie en de verschillende versies van de eigen bijdrage.  Het dossier weegt mee in het vaststellen van het eindcijfer (artikel 70%, participatie 20%, dossier 10%).

Chief editors

De docent van de werkgroep moet gezien worden als de chief editor. Dit betekent dat de teams regelmatig bij haar verslag doen over hun voortgang. Dit gebeurt in kleine bijenkomsten 20 tot 30 minuten tijdens de cursusuren. Teams worden geacht hun werk tijdens deze bijeenkomsten op een heldere manier aan de chief editor te kunnen presenteren.

Sybille Lammes, Janskerhof 13, kamer 10.18 Sybille.Lammes[at]let.uu.nl

Koen Leurs, K.H.A.Leurs[at]students.uu.nl 

Plaats een reactie

Je moet zijn ingelogd om commentaar te geven